FINANCIEEL BELEID
BEGROTING
Elk najaar maakt de polder een begroting op voor het volgende jaar. In de begroting staan de plannen van de polder en wat daar de kosten van zijn. De begroting is de basis voor de aanslagvoet van de polderbelasting van het nieuwe jaar. De algemene vergadering stelt de begroting en de aanslagvoet officieel vast.
INKOMSTEN
Om het onderhoud van de polderwaterlopen en de dagelijkse werking van de polder te financieren, beschikt de polder over verschillende inkomstenbronnen. Deze middelen zijn noodzakelijk om de waterhuishouding, het beheer van de infrastructuur en de veiligheid binnen het poldergebied te garanderen.
De gewone inkomsten van de polder bestaan uit:
De gewone inkomsten van de polder bestaan uit:
- Polderbelasting
De polder heft een eigen belasting bij de ingelanden. Deze inkomsten vormen een belangrijke basis voor de dagelijkse werking en het onderhoud van de waterlopen. - Terugbetalingen volgens de wet op de onbevaarbare waterlopen
De wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, gewijzigd op 26 april 2019, bepaalt dat bepaalde onderhouds- en exploitatiekosten kunnen worden terugbetaald door hogere overheden.
Artikel 7 van deze wet voorziet dat de ruimings-, onderhouds- en herstellingswerken aan onbevaarbare waterlopen, evenals de exploitatiekosten van pompstations, ten laste vallen van:- de Vlaamse overheid voor pompstations op waterlopen van 1ste categorie;
- de provincie voor waterlopen van 2de categorie;
- de gemeentebesturen en/of provincie voor waterlopen van 3de categorie.
- Subsidies en projectmiddelen
Daarnaast kan de polder ook beroep doen op subsidies voor specifieke investeringen. Ook middelen uit publiek-private samenwerkingen kunnen een aanvullende financieringsbron vormen. - Diverse inkomsten
Daarnaast ontvangt de polder inkomsten uit retributies, intresten en opbrengsten uit het eigen patrimonium.
UITGAVEN
De waterhuishouding vormt de grootste uitgavenpost.
De wet op de polders en wateringen legt aan deze besturen de verplichting op jaarlijks een staat op te maken van de werken die in de loop van het jaar moeten worden uitgevoerd. Deze staat bevat een raming van de uitgaven en maakt een onderscheid tussen de onderhoud- en instandhoudingswerken en de aanleg- en verbeteringswerken.
De wet op de polders en wateringen legt aan deze besturen de verplichting op jaarlijks een staat op te maken van de werken die in de loop van het jaar moeten worden uitgevoerd. Deze staat bevat een raming van de uitgaven en maakt een onderscheid tussen de onderhoud- en instandhoudingswerken en de aanleg- en verbeteringswerken.