HISTORIEK
De Westkustpolder bestaat sinds 1 januari 2018. Toen fusionerden Polder Noordwatering Veurne en Polder De Moeren tot één sterke waterbeheerder.
Sindsdien werken we samen aan een duurzaam en doordacht waterbeheer in onze regio.
Sindsdien werken we samen aan een duurzaam en doordacht waterbeheer in onze regio.
EEN BLIK TERUG IN DE TIJD
De Westkustpolder staat in een landschap met een uitzonderlijk lange en boeiende geschiedenis, waarin natuur en mens elkaar al duizenden jaren beïnvloeden.
De geschiedenis van de polders aan de Westkust begint al rond 2000 v.Chr., toen zich een duinengordel vormde. Deze natuurlijke barrière legde de basis voor het ontstaan van het polderlandschap.
De geschiedenis van de polders aan de Westkust begint al rond 2000 v.Chr., toen zich een duinengordel vormde. Deze natuurlijke barrière legde de basis voor het ontstaan van het polderlandschap.
POLDER NOORDWATERING VEURNE
Vanaf ongeveer het jaar 1000 begonnen boeren en landheren uit het graafschap Vlaanderen dijkjes te bouwen om het opgeslibd land te beschermen tegen overstromingen en geschikt te maken voor landbouw. Die vroege indijkingen waren vaak kleinschalig en kwetsbaar. Door gebrek aan coördinatie werden ze regelmatig door stormen en overstromingen terug tenietgedaan, waardoor het landschap opnieuw onder water liep.
Abdijen zoals Ten Duinen (Koksijde) en de lokale adel namen het initiatief om het gebied te beschermen tegen de zee. Ze financierden en bouwden indrukwekkende waterwerken zoals de Ganzepoot in Nieuwpoort, sluizen en schotten. Tegelijk ontstond een netwerk van grachten en kanalen om het water bij eb af te voeren naar zee. Door de lage ligging van de polders kan dit immers enkel wanneer het tij gunstig is.
De eerste geschreven vermelding van dit gebied dateert van 1130, onder de naam "Wateringhe van Veurne-Ambacht".
Doorheen de geschiedenis speelde water ook een strategische rol: soms werden gebieden bewust onder water gezet om vijanden tegen te houden. Dit gebeurde voor het laatst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dankzij de expertise en de terreinkennis van Karel Cogghe, de polderwachter van Polder Noordwatering Veurne, konden de geallieerden het gebied gecontroleerd laten overstromen, waardoor de Duitse opmars werd gestopt.
Abdijen zoals Ten Duinen (Koksijde) en de lokale adel namen het initiatief om het gebied te beschermen tegen de zee. Ze financierden en bouwden indrukwekkende waterwerken zoals de Ganzepoot in Nieuwpoort, sluizen en schotten. Tegelijk ontstond een netwerk van grachten en kanalen om het water bij eb af te voeren naar zee. Door de lage ligging van de polders kan dit immers enkel wanneer het tij gunstig is.
De eerste geschreven vermelding van dit gebied dateert van 1130, onder de naam "Wateringhe van Veurne-Ambacht".
Doorheen de geschiedenis speelde water ook een strategische rol: soms werden gebieden bewust onder water gezet om vijanden tegen te houden. Dit gebeurde voor het laatst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dankzij de expertise en de terreinkennis van Karel Cogghe, de polderwachter van Polder Noordwatering Veurne, konden de geallieerden het gebied gecontroleerd laten overstromen, waardoor de Duitse opmars werd gestopt.
POLDER DE MOEREN
De geschiedenis van Polder De Moeren begint later. Voor 1620 was dit gebied een uitgestrekt moerasmeer dat instond voor de afwatering van een groot deel van Vlaanderen. Het moeras stond bekend als een schuilplaats voor rovers en vormde een bron van ziektes. Door de groeiende bevolking ontstond er nood aan extra landbouwgrond.
Tussen 1619 en 1627 leidde Wenceslas Cobergher, in opdracht van de aartshertogen Albrecht en Isabella, de drooglegging van het gebied. Rond het moeras werd een acht kilometer lange Ringsloot met dijken aangelegd. Met behulp van 22 schepradmolens werd het water weggepompt. Van de destijds gebouwde molens zijn er nog 2 overgebleven, namelijk de Sint-Karelsmolen en de wiekloze Sint-Gustaafsmolen. Het drooggelegde land werd verdeeld in rechthoekige percelen, een structuur die vandaag nog steeds zichtbaar is.
De drooglegging kende echter veel tegenslagen. Door sabotage, zware stormen en militaire ingrepen liep het gebied herhaaldelijk opnieuw onder water, onder meer ter verdediging van Duinkerke. Ook werd een groot afvoerkanaal (le canal des Moëres) vanaf ’De Moere’ naar de achterhaven van Duinkerke gegraven, zodat het opgepompte water kon worden afgevoerd en bij laag tij gravitair in zee kon worden geloosd.
Tussen 1619 en 1627 leidde Wenceslas Cobergher, in opdracht van de aartshertogen Albrecht en Isabella, de drooglegging van het gebied. Rond het moeras werd een acht kilometer lange Ringsloot met dijken aangelegd. Met behulp van 22 schepradmolens werd het water weggepompt. Van de destijds gebouwde molens zijn er nog 2 overgebleven, namelijk de Sint-Karelsmolen en de wiekloze Sint-Gustaafsmolen. Het drooggelegde land werd verdeeld in rechthoekige percelen, een structuur die vandaag nog steeds zichtbaar is.
De drooglegging kende echter veel tegenslagen. Door sabotage, zware stormen en militaire ingrepen liep het gebied herhaaldelijk opnieuw onder water, onder meer ter verdediging van Duinkerke. Ook werd een groot afvoerkanaal (le canal des Moëres) vanaf ’De Moere’ naar de achterhaven van Duinkerke gegraven, zodat het opgepompte water kon worden afgevoerd en bij laag tij gravitair in zee kon worden geloosd.
EVOLUEREN NAAR MODERN MANAGEMENT
Zoveel jaar later beheert de polder nog steeds het netwerk van grachten, sloten, sluizen en stuwen om het peil in het polderlandschap op een goede manier te kunnen beheren.
De Westkustpolder is in die tijd blijven evolueren, voor onze werking staat een modern, lokaal en integraal waterbeleid in functie van alle betrokkenen centraal.
De Westkustpolder is in die tijd blijven evolueren, voor onze werking staat een modern, lokaal en integraal waterbeleid in functie van alle betrokkenen centraal.


